De Ander ben jezelf, dus sta op en handel.

De ecoloog in mij bekijkt de wereld als één groot samenhangend geheel, waarin alles direct of indirect met elkaar verbonden is: de vos met de haas, de mier met de luis, de specht met de boom. Alles bestaat in relatie tot iets anders. Ook wij mensen staan altijd in relatie tot anderen. En dat schept mogelijkheden: er is altijd een Ander om lief te hebben, om je van af te zonderen, om mee samen te werken of om de schuld te geven.

De natuur is constant in beweging. En hoewel niets hetzelfde en niemand gelijk is, zijn er terugkerende patronen en natuurwetten die maken dat zaken enigszins voorspelbaar verlopen.  Dat is prettig voor ons, want wij houden ervan te weten wat ons te wachten staat.  We houden ervan zaken naar onze hand te zetten, hoewel we de gevolgen daarvan niet altijd goed overzien. Wat dat betreft is de mens succesvol én (zelf-)destructief.

De verscheidenheid aan mensen in organisaties zou je kunnen vergelijken met de verscheidenheid aan planten. Er zijn pioniers die met veel moeite de weg vrij maken, maar als dat éénmaal is gelukt worden overwoekerd door hen die gretig gebruik maken van de vastgelegde bodem. Er zijn er die overal kunnen aarden en die we daarom vaak ten onrechte als onkruid bestempelen. Er zijn prachtige bloeiers die welig groeien zolang de omstandigheden preciés juist zijn, maar die verpieteren als een verandering zich aandient. Er zijn onder ons mammoetbomen, waar de rest zich maar aan moet aanpassen en die zelfs na een alles vernietigend vuur nog fier rechtop staan. En sommige van ons kunnen verschillende verschijningsvormen aannemen, als de situatie verandert. Zoals een grove den, die er in de duinen -als vliegden- heel anders uitziet als in een productiebos.

Een belangrijk verschil met planten is echter dat wij kunnen handelen. Dat onderscheidt ons -volgens filosofe Hannah Arendt- van (andere) dieren en planten. Wij kunnen vooruitdenken, verantwoordelijkheid nemen voor onze rol in het geheel en de situatie verbeteren. Dat doen we niet altijd. Liever wijzen we naar een Ander, blijven waar we zijn en doen wat we al deden of wat iemand anders zegt dat we moeten doen (Arendt noemt dat werken en arbeiden). Want handelen vergt moed. Soms heel veel moed. Handelen kan verkeerd uitpakken en dan rest schuld of teleurstelling. Toch is handelen te verkiezen boven niet handelen.  Omdat we het nu éénmaal kunnen, omdat we moreel hebben en daar dan ook iets mee moeten doen.

In de hulpverlening wordt onderscheid gemaakt in verschillende cliënttypes, waar dat handelen ook in terugkomt. Het bezoekerstype vindt dat een ander het probleem heeft en dat hij geen rol speelt in de oplossing. Het klagerstype heeft last van het probleem, maar legt de oplossing bij een ander. Het klanttype tenslotte, ziet dat hij zelf iets kan doen om zaken te verbeteren, hoezeer hij ook slachtoffer is van de situatie. Alleen het klanttype is in staat een eigen plan te maken. Omdat hij eigenaarschap neemt en tot handelen wil komen. Omdat zijn plan niet (alleen) is gericht op de ander en niet is opgelegd door een ander. Bij de andere twee cliënttypes heeft het maken van een plan niet veel zin. Een hulpverlener kan bij hen slechts in de buurt blijven, aandachtig luisteren, op het juiste moment met nieuwe zienswijzen prikkelen en het moment afwachten waarop de cliënt zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn rol in het geheel. Soms helpt het zelfs, mits de veiligheid dat toestaat, om de situatie te laten voortbestaan en het dilemma te laten groeien.  In de praktijk is dat lastig te verdragen. Hulpverleners raken daardoor soms ingezogen en lopen met andermans aap op de schouder. Want je bent terecht betrokken, je bent niet van steen, je wilt graag iets doen en hebt weinig tijd. Bovendien wordt je betaald om resultaat te boeken bij de Ander. Je wordt geacht het plan van de Ander direct na start van de hulpverlening in een klantdossier te zetten, zodat er gemonitord kan worden. En hoe begrijpelijk dat ook is vanuit de systeemwereld, in het echt blijft het een paradoxale opgave als je te maken hebt met het bezoekers- of klagerstype.

Als veranderbegeleider ben ik ook een soort hulpverlener. Ik bied hulp aan management, teams en organisaties bij hun verandervraagstukken en bij hun team- en organisatiegedoe. Ook ik heb daarbij te maken met bezoekers, klagers en klanten. Ook ik word verleid om -als beweging uitblijft en de tijd begint te dringen- in vredesnaam maar zelf de verantwoordelijkheid over te nemen. Dat is precies wat bezoekers en klagers graag willen, want dan hoeven ze zelf niet te handelen.  Maar het helpt hen niet verder. Dus het is blijven opletten: met volle aandacht en betrokkenheid blijven luisteren, faciliteren, helpen, ondersteunen en nieuwe perspectieven blijven aandragen.  En ondertussen verdragen dat de situatie langer voortduurt en dat het soms nodig is dat het dilemma groter wordt.

Het gevaar schuilt erin dat we uit pure frustratie zelf veranderen in een bezoekers- of klagerstype. Als dat gebeurt zijn we als hulpverlener niet meer effectief.  We zijn de relatie aangegaan en het systeem ingestapt. Alleen door in die relatie vanuit onze eigen rol te blijven handelen, kunnen we ons bescheiden steentje bijdragen aan een betere toekomst.