Van Veenhuizen naar praktische psychische hulp bij anders-zijn.

Terug naar Veenhuizen

In de herfstvakantie ging ik met zoon en dochter naar Veenhuizen. Een historische plek, waar wezen, landlopers, paupers en delinquenten werden (her)opgevoed om zich aan de armoede te ontworstelen. Opgericht vanuit het geloof in een betere wereld, was het toch vooral een plek waar je liever niet terecht kwam. Toch waren er ook mensen die zich na vrijlating weer snel lieten oppakken. Zij vonden in Veenhuizen een gestructureerde wereld, waar er in elk geval íets te eten was en waar ze gerespecteerd werden om het werk dat ze deden, in plaats van dat ze werden uitgestoten om de daden die ze uit armoede of verwarring hadden gedaan.

Jacob Geschiere

Op allekolonisten.nl kun je zien of er verwanten in Veenhuizen hebben gewoond. Dat blijkt bij mij het geval. Op 20 augustus 1896 werd Jacob Geschiere ingeschreven. Voor de 7e keer opgepakt en veroordeeld te Utrecht wegens bedelen en landloperij. Jacob had geen identiteitspapieren, maar wist wel dat hij op 17 augustus jarig was. Was hij wellicht opgepakt omdat hij zijn 57e verjaardag iets te luidruchtig had gevierd…?

Zijn geboortedatum is later gecorrigeerd naar 12 mei 1836, wellicht na raadpleging van het Zeeuwse geboorteregister. Maar thuis zocht ik hem op in het genealogieboek van mijn familie, en hij had toch gelijk gehad wat betreft zijn verjaardag. Hij was in Veenhuizen verward met zijn oudere broer Jacob, die slechts 1 ½ jaar oud is geworden. Jacob zelf was het 5e kind en de eerste die de peuterleeftijd bereikte. Na hem kwamen nog 7 kinderen, waarvan er 6 stierven voor hun 3e levensjaar. Zijn zus Pieternella overleed toen zij 21 jaar oud was. Geen wonder dat Jacob niet wist wat hij met het leven aan moest.

Psychische hulp is een investering die zich terugverdient

Gelukkig leven we in een andere tijd. Kindersterfte is een uitzondering en Nederlandse kinderen zijn de gelukkigste ter wereld. Hebben we dat wellicht ook te danken aan betere psychische hulp, die minder in de taboesfeer ligt? Vroeger sprak je niet over trauma’s als het verlies van een kind, misbruik, oorlogsgeweld e.d., maar de pijn was er niet minder om. Je kinderen hadden te dealen met de invloed daarvan op jouw ouderschap. Onverwerkte trauma’s werden zo generatie op generatie doorgegeven. In mijn directe omgeving zijn er meerdere mensen die ergens in hun leven een psycholoog bezochten en daarbij ook het onverwerkte verdriet van de generatie voor hen een plaats hebben kunnen geven. Het is mooi als we onze kinderen hierdoor minder belasten.  Hulp lijkt een investering die zichzelf terugverdient. Waarbij ik besef dat het taboe op psychische hulp nog niet in elke cultuur of sociale klasse binnen onze samenleving is  doorbroken.

Anders-zijn in het normale leven

Wat ik wel ongemakkelijk vind is dat mensen die anders-zijn nog steeds verder buiten de ‘gewone’ maatschappij worden geplaatst dan nodig. De marge van wat we ‘normaal’ vinden lijkt nog steeds smaller te worden. Het is onvoldoende gelukt om mensen praktische psychische hulp te bieden die hen helpt in het normale leven. Waardoor de kans groter is dat ze vastlopen en uit bescherming worden geïsoleerd. De übergespecialiseerde psychische zorg -elke afwijking kent inmiddels zijn eigen specialist- sluit maar moeizaam aan bij de leefwereld van de cliënt. De psycholoog of psychiater doet een gestandaardiseerde test in een gecontroleerde omgeving, stelt een diagnose en behandelt in de behandelkamer op zijn beperkte vakgebied. Maar men kijkt onvoldoende naar de samenhang met  de ervaren problemen in de praktijk. Naar wat het anders-zijn praktisch betekent voor de klant, in zijn wijk en in zijn cultuur.

Van passend onderwijs naar een passende samenleving

Toen mijn jongste enkele maanden op de basisschool zat, vermoedde de leerkracht een gedragsstoornis. Om extra begeleiding te krijgen, was een diagnose nodig. Die werd gesteld en met passende begeleiding doorliep hij opgewekt de basisschool. Om hem naar een reguliere middelbare school te krijgen had wat voeten in de aarde. Mensen die hem niet kennen, zien hem als het stereotype van zijn diagnose en blokkeren met goede bedoelingen zijn weg. Ik vroeg de jeugdGGZ of ze de herdiagnose die nodig was deze keer wat meer persoons- en contextgericht konden maken. Door tips te geven hoe zijn sterke eigenschappen hem in een schoolomgeving kunnen helpen bij het hanteren van zijn minder sterke kanten.  Dat hebben ze goed gedaan. Hij zit inmiddels, vrolijk en zelfbewust, in de 2e klas van de HAVO.  Dat hij weet wat hij heeft, helpt hem.

Ik hoop maar dat dit passend onderwijs straks doorloopt in zijn studie en dat hij daarna passend werk vindt binnen de maatschappij. Ik hoop dat er later, indien nodig, praktische psychische hulp is die hem helpt zijn anders-zijn in te passen binnen zijn normale leven.  Want wie is er eigenlijk niet anders. Al die unieke mensen maken juist een normale samenleving.